In de hoofdstukken 09.4.1 en .4 hadden wij het over het (opnieuw) afhangen en rechtzetten van luiken. Soms is het nodig luiken nieuw te (laten) maken. Dit zou ik alleen bij de simpele boerenluiken zelf doen. De hier beschreven werkwijze voor boerenluiken is ook van toepassing voor simpele buitendeuren, bijv. van schuren, stallen en andere bijgebouwen. Deze luiken en deuren worden traditioneel uit planken in elkaar gezet en zonder kozijn in de gemetselde muuropening geplaatst. Voor deuren heeft de muur meestal een profiel (sponning) voor de opname van de deur, en dit is bij luiken soms ook het geval. Planken met speciale messing en groef (lames à volets) worden door een opgeschroefd Z-verband (bandes et écharpes) tot een luik of deurblad samengevoegd en met duimen & hengen (gonds & pentures) afgehangen. Het Z-verband bestaat uit twee of drie horizontale barres met daartussen diagonale schoren (des écharpes) die het uitzakken moeten voorkomen. In bepaalde streken worden in plaats van bandes et écharpes ook eenvoudig heel brede bandes toegepast - en omdat men dit vroeger zo deed is het in die streken (ik weet het bijvoorbeeld van de Morvan) niet toegestaan bij renovaties een écharpe aan te brengen. Geen Z-verband dus! Het zelf maken van al deze luiken en deuren is geen probleem.
Ik praat even over luiken, om niet steeds weer deur/luik te moeten schrijven. En ik beschrijf het type met Z-verband, met écharpe dus, omdat dit in de meeste delen van Frankrijk het gebruikelijke model is.
1. Materiaal om luiken zelf te maken
U vindt in de bouwmarkten en bij de bouwmateriaalhandel de volgende op luiken toegesneden materialen:
lames universelles of lames pour volets ca. 90x21 mm en ca. 100x28 mm, in courante lengtes van 2,5 tot 5 m. Deze lames hebben messing en groef en zijn aan alle vier kanten iets afgeschuind.
Barres et écharpes ca. 70x22 mm of 80x28 mm, aan een zijde afgeschuind.

Voor deuren/luiken die meer dan 60 cm breed of meer dan 150 cm hoog zijn is de grotere dikte van lames en barres et écharpes aan te bevelen. Men gebruikt drie barres en een dubbele écharpe bij een hoogte/breedteverhouding van meer dan 3 op 1 en bij een zware deur. Bij een dubbele écharpe (en dus drie barres) horen ook drie scharnieren (duimen & hengen, gonds & pentures).
Typische lame pour volets. Legenda bij afbeelding 1 en 2: 1. lames; 2. halve lames (geen messing of groef aan de buitenkant); 3. barres (dwarslatten, ledges); 4. écharpe (schoor, diagonale, brace); 5. S = scharnierkant (hinges on this side); 6. a = deze afstand aan de sponning aanpassen (adapt to the wall opening); 7. b = inkepingen voor de écharpe.


Luiken worden afgehangen met gonds et pentures, duimen en hengen. Men kiest een lengte van de hengen die ongeveer gelijk is aan 2/3 van de breedte van de af te hangen vleugel. Normale duimen hebben een diameter van 14mm. Er bestaan ook modellen van 16mm.
2. Werkwijze
Lamellen op lengte zagen met een toegift van 10-20 mm in de hoogte. Bij de eerste en laatste lamel messing resp. groef afzagen, of een lamel in de lengte doormidden zagen en de helften aan weerszijden plaatsen.
Dwarslatten (barres) zagen, bij lengtebepaling op de sponning van de raamopening letten (a)
Schuine lat (écharpe) op lengte zagen en afschuiningen aan de uiteinden zagen (b).
De lamellen van luik of deur goed uitgelijnd op schragen plaatsen.
Dwarslatten en diagonale op de lamellendeur leggen, uiteinden van de diagonale op de dwarslatten aftekenen, deze uitzagen.
Dwarslatten monteren, hierbij de lamellen tegen elkaar drukken (lijmtangen of banden met ratelgesp). Beslist niets lijmen! Dat zou het werken van het luik belemmeren en tot scheuren in het hout leiden, meestal breken dan de tongen van de tong-en-groef verbinding.
Dan pas de diagonale monteren. Voor de dwarslatten (bandes) en de diagonale (écharpe) gebruikt men zogenaamde vis pour pentures (bijv. 6 x 45 bij lamelles 21 en bandes/écharpes 28 dik). Dit zijn houtschroeven met een zeer platte kop, meestal met torx-aandrijving. Beslist voorboren: 6 mm in de lamellen, 4 mm in de bandes/écharpes.
Dit is mijn werkwijze, bij meer dan 10 luiken en deuren beproefd.
Anders dan afbeelding 1 suggereert zaag ik eerst de uiteinden van de écharpe in de juiste vorm. Dan leg ik de barres en de écharpe op de juiste plaats en teken de nodige uitsparingen op de barres aan. Die zaag ik dan uit. Gaat makkelijker dan eerst de uitsparingen in de barres maken en dan de schuine uiteinden van de écharpe aanpassen zoals ik het bij mijn eerste luiken gedaan heb.
Zie ook afbeelding 3.

En beslist niets lijmen!

Als u zeker bent van maten en haaksheid van de deur- of raamopening, kunt u nu boven- en onderkant van de deur/luik haaks afzagen. Anders zie punt 2 van de montagelijst onder 09.4.1 Afhangen van klapluiken. Voor de montage (het afhangen) van deuren of luiken zie ook onder 09.4.1 . De beschreven werkwijze is in principe ook toepasbaar op meerdelige (schuur-)deuren, zie afb. 4 – 6.


U kunt deze luiken en deuren natuurlijk ook kopen of laten maken. Standaardmaten zijn kant en klaar in bouwmarkten te koop (bijv. Lapeyre), maatuitvoeringen zijn te bestellen.

3. Opmerkingen, tout venant
Eerst een vaak gemaakte fout:



Men zaagt de diagonale (l'écharpe) eenvoudig schuin af en past die zo in de dwarslatten (les bandes), afb. 7. Al te gauw breekt het laatste stukje van deze lat weg, afb. 8. Daarom beter de écharpe zo afzagen als op afb. 9 te zien is, en deze niet te dicht bij het einde van de bande plaatsen.


Bij dit luik heeft men bijzondere aandacht besteed aan de vormgeving van barres et écharpes. Echt kunstig hoe men de fases (afgeschuinde kanten) in elkaar over laat lopen.
Er bestaan heel veel variaties op het thema klapluiken. Zo bestaan er asymmetrische luiken en dubbel vouwende luiken, des volets double pliants, zie de twee voorbeelden op afb. 12 en 13.


Bij het huis met de bruine luiken, afb. 12, is de ruimte tussen raam en deur te smal voor een normaal luik van halve raambreedte; daarom zijn een smalle en een brede vleugel geplaatst. Bij de blauwe luiken, afb. 13, is de ruimte tussen raam en deur ook erg beperkt. Daarom is voor een smalle vleugel rechts en een dubbel vouwende links gekozen, deze natuurlijk met dubbele scharnieren, des pentures pour volets articulés .

Afbeelding 14 toont de meest belangrijke Franse termen voor de onderdelen van luiken (in de folder van een Frans timmerbedrijf gevonden als récapitulatif des mots clés).
En nog iets over het krom trekken van de lames van een luik. Naar aanleiding van een recente discussie op infofrankrijk wil ik hierover nog het volgende kwijt: De planken van luiken kan men het best om en om leggen, dus de kromming van de jaarringen een keer naar buiten en een keer naar binnen, zie het voorbeeld A op afb.15. Dat is natuurlijk alleen mogelijk als de planken (les lames) aan alle vier kanten afgeschuind zijn; men spreekt dan van lames à quatre chanfreins. Legt men lames à 2 chanfreins om en om dan ziet dat heel lelijk uit. Bij het uitdrogen en kromtrekken van de planken ziet het luik dan van boven gezien zo uit als voorbeeld C op afb.15, want dosse gezaagde planken trekken krom zoals op afb.16 (ik heb het sterk overdreven, het gaat om het principe). Had men alle planken met de kromming van de jaarringen zoals de eerste en derde plank onder A gelegd dan zou het beeld na het kromtrekken zo uitzien als voorbeeld D - de krachten op de messing (tong) zijn dusdanig dat deze breekt, zie voorbeeld E.


Meer over het werken van hout is onder punt 23.4 te lezen.