Niet voor niets wordt bij aankoop van een huis vaak in eerste instantie op het dak gelet. Is het vrij van lekkages en heeft het nog zijn oorspronkelijke vorm, dus niet doorgezakt? En als het dak niet goed is dan is herstel meestal een van de eerste bezigheden.
Om goed te begrijpen waar het om gaat is het belangrijk het nodige over Franse dakconstructies en de functies van de diverse onderdelen te weten. Daarom wordt hier een overzicht over de constructie-elementen van daken gegeven, in latere hoofdstukken wordt op de diverse methodes van dakbedekking (06.2) en het herstel van daken ingegaan (06.3). In aparte hoofdstukken worden dakkapellen (06.4), dakramen (Velux, 06.5) en dakgoten (06.6) beschreven.
Franse daken, vooral die van grote boerderijen inclusief hun stallen, schuren en hooizolders, zijn anders opgebouwd dan Nederlandse. Terwijl onze Nederlandse daken óf uit sporen óf uit gordingen opgebouwd zijn hebben traditionele Franse daken door hun enorme afmetingen meestal beide, namelijk sporen op gordingen. In het vervolg worden de voornaamste onderdelen van traditionele Franse dakconstructies beschreven en de meest belangrijke Franse vaktermen worden aan de hand van schetsjes uitgelegd.
.1 Benaming en functie van de diverse componenten
van een dak

Afbeelding 1 toont een typisch dak à deux pans, dus een zadeldak dat uit twee vlakken bestaat. Aan dit kleine dak van een carport zijn alle belang-rijke elementen van een dak te zien.
Aan de hand van afbeelding 2 worden de constructie-elementen verklaard.
Op afbeelding 2 ziet u de belangrijkste onderdelen van de dakconstructie, hun benamingen in het Frans en Nederlands (and some in english) alsmede standaard afmetingen.


* de onderdelen 1-4 vormen samen la ferme, het spant ** soms ook als ‘spant’ aangeduid, erg verwarrend! *** in plaats hiervan wordt in NL meestal een vlak liggende muurplaat, ca.80x200 of 120x250mm, toegepast
Hier volgt een uitleg over de elementen van een dakstoel, hun vormgeving en functie.
1. La charpente (de dakstoel)
Dit is de aanduiding voor de totaliteit van alle houten onderdelen die het dak dragen. Afhankelijk van de regio, de overspanning en de bedekking kan la charpente verschillende vormen en hellingen hebben. Normale hellingen zijn 35 tot 60 graden tegen de horizontale, met een voorkeur voor 45-50 graden. In het vervolg worden de beschrijvingen en benoemingen van de onderdelen in de volgorde ‘van binnen naar buiten’ gegeven.
2. La ferme (het spant)
Het meestal driehoekige timmerwerk dat uit een aantal karakteristieke elementen samengesteld is. Zie afb. 3 voor een klein dak en 4 voor een groter dak. Deze spanten dragen de gordingen (les pannes), en deze wederom de sporen (chevrons) en uiteindelijk de dakbe dekking (dakbeschot, latten en contralatten, dakpannen of leien). Om de functie van een spant goed te begrijpen is het goed als gedachte-experiment de gewichten g, die op het spant inwerken, door één kracht G te vervangen, die op de nok drukt. Dan is duidelijk dat de ‘benen’ van het spant uit elkaar gedrukt worden, horizontale kracht H. Zie afb.3.1. De onderdelen van een spant zijn: 2.1 L’entrait (de trekbalk of bintbalk)
De basis van een spant. Horizontale balk die met zijn uiteinden op de koppen van de zijmuren rust en vaak tegelijkertijd verdiepingsbalk is. Deze balk wordt door de spatkrachten van het dak op trek belast, zie no. 1 in alle afbeeldingen. Een hooggelegen (tweede) horizontale balk heet in het Frans faux-entrait en in het Nederlands ‘hanenbalk, zie afb. 4.3. De hanenbalk (faux entrait) is in tegenstelling tot de echte entrait op druk en niet op trek belast. Typische afmeting 200x200 à 300x300 mm. Om de spatkrachten van de spantbenen goed op te kunnen nemen zijn deze meestal in de bintbalk ingezet. 2.2 L’arbalétrier (letterlijk de kruisboog)
De schuine onderdelen van het spant, de spantbenen. Deze dragen de gordingen, preciezer les pannes intermédiaires,
Verticale paal in het midden van het spant, vaak met een enigszins decoratief bewerkt profiel, die les arbalétriers op de trekbalk of de hanenbalk afsteunt. Zie no. 3 in alle afbeeldingen. Typische afmeting 200x200 mm. 2.4 La contre-fiche
De ‘spaken’ van het spant (Nederlands drukschoor): schuin hout dat de arbalétrier tegen de poinçon afsteunt. Zie no. 4 in alle afbeeldingen. Typische afmeting 150x150 à 200x200 mm. Contre-fiches zitten daar waar les pannes liggen, en hun verlengden ontmoeten elkaar op een gemeenschappelijk punt op of onder de basis van het spant. Zie afb. 4.1 en 4.2. 2.5 La jambe de force, ook ‘spaken’ van het spant
Een andere reeks van spaken, die het spant verstevigen, meestal tegen de vloer of de bintbalk. Zie no.5 in alle afbeeldingen. Typische afmeting 150x150 à 200x200 mm. Het verschil tussen contre-fiche en jambe de force is soms niet duidelijk, en de twee aanduidingen worden vaak door elkaar gebruikt.
Alle onderdelen van de spanten werden traditioneel uitsluitend door hout-op-hout verbindingen aan elkaar vastgezet. IJzeren verbindingen door middel van draadeinden (tiges filetées) of houtdraadbouten (boulons à bois, tire-fonts) dateren meestal van latere reparaties en/of aanpassingen. De onderlinge afstand van fermes (spanten) is meestal rond de 4 m, zelden meer dan 5 m. Een groter dak kan op de pignons van de buitenmuren en een aantal daartussen liggende fermes rusten, of er kunnen in plaats van fermes tussenmuren aanwezig zijn die als pignon dienen. Maar ook dan vindt men de typische onderlinge afstand van 4-5 m. Bij verbouwingen van zolders worden soms fermes door dragende tussenmuren vervangen.


Afbeelding 3 Eenvoudige spanten 3.1 Krachten in een spant 3.2 Eenvoudige standaardspant 3.3 Spant met hooggelegde trekbalk (1)
Afbeelding 4 Grotere spanten 4.1 Spant met ‘spaken’ 4.2 Spant met hooggelegde trekbalk (1) 4.3 Spant met hanenbalk (6)
3. Les pannes (de gordingen)
Dit zijn de horizontale balken die door de spanten en/of dragende muren gesteund worden. Normaal worden de uiteinden door de gevelmuren gedragen. Als er dragende tussenmuren zijn rusten de gordingen ook op deze, in aangepaste uitsparingen. Zie afb.2. Op de gordingen rusten de sporen (les chevrons). Typische afmeting van gordingen 250x250mm of 280mmØ Streng genomen zijn er drie types gordingen: 3.1 Panne faitière
De nokbalk is eigenlijk de bovenste gording. Deze wordt dan ook 'panne faîtière’ of meestal simpelweg faîtière genoemd. Deze heeft vaak een vijfhoekig profiel (de bovenkant is aan de dakhelling aangepast). Zie onderdeel 7 in afbeelding 2-4. De fâitière kan ook uit een aantal schuin gelegde zwakkere balken samengesteld zijn. 3.2 Panne sablière
De ‘muurplaat’ vervult de functie van onderste gording. Men noemt deze de ‘panne sablière’ of eenvoudig sablière. Ook de muurplaat heeft vaak een afwijkend profiel om enerzijds goed bij de spanten en anderzijds bij de dakhelling aan te sluiten. De muurplaat kan onder of naast de spanten liggen. Zie onderdeel 9 in de afbeeldingen. Typische afmeting 150x250mm
Voor de positionering van de pannes bij de diverse vormen van spanten zie onderdeel 8 in de afbeeldingen 2 - 4. Pannes liggen steeds direct daar waar de spantbenen (arbalétrier) door een drukschoor (contre-fiche of jambe de force) of de hanenbalk (faux-entrait) gesteund worden!
4. Les chevrons (de sporen)
In de vallijn* van het dak liggende balkjes. Deze steunen op de gordingen, de nokbalk en de muurplaat. Meestal op de pannes gespijkerd. Typische afmeting 60x80mm (bij minder dan 3m overspanning tussen de ‘pannes’, 80x110mm bij langere overspanningen), en steeds op hun smalle kant liggend. Zie voor chevrons de nummers 10 in de afbeeldingen. Op de chevrons komt de opbouw van de dakhuid, bij een pannendak: dakbeschot of waterkerende semi-permeabele folie, contralatten en panlatten, dan de pannen. Op de opbouw voor andere bedekkingen wordt in het hoofdstuk 06.2 dakbedekking ingegaan.
* ter verduidelijking: ‘Vallijn’ is de lijn die een bal zou volgen die van het dak afrolt (ligne de la pente la plus raide).

In afbeelding 5 (links) een aantal spanten met min of meer vrije doorgang.
5. Opmerkingen
Er bestaan meer dan de beschreven vormen van spanten, ieder gekarakteriseerd door vorm en plaatsing van de ‘spaken’.
Er bestaan bijv. spanten met omhoog gelegde trekbalken (entraits), zie afb. 3.3 en 4.2, en spanten met trekbalk en hanenbalk (faux-entrait), zie afb. 4.3.
Sommige spantvormen hebben een ongehinderde doorgang op de zolderverdieping, zie afb. 5.1 en 5.2; hetzelfde effect wordt door een ‘kreupele schoor’ bereikt, zie afb. 5.3.
Er bestaan ook spanten met geknikte trekbalk, afb. 5.4; deze kan ook van staal zijn.
Ik heb ook spanten gezien die een opening hebben voor een loopkraan of hooilift.
Uit een spant kan men geen stuk hout ongestraft verwijderen, en men dient zich goed te realiseren of een onderdeel op druk of op trek belast is.
Bij grote daken worden de onderdelen van de spanten soms ook door speciale hoekhouten (entretoises) aan elkaar vastgezet.
Latere of meer industriële gebouwen hebben soms in plaats van trekbalken ook ijzeren trekstangen met spanslot.

Zo moet het!
De trekbalken 1 die bij iedere spant de spatkrachten van de spantbenen 2 op moesten nemen dienden dus door een andere constructie vervangen te worden. De trekbalk eenvoudig weghalen ging niet omdat de muren veel te zwak waren om de spatkrachten op te nemen.
1 = trekbalk 3 = makelaar 2 = spantbeen 4 = hanenbalk VB = vloerbalk
Dus werd het de constructie volgens afb.7.

Omdat de bestaande verdiepingsbalken VB niet op de goede plek lagen, dus niet precies onder de spanten, werden nieuwe trekbalken 1.2 gelegd. Deze werden met de uiteinden van de hanenbalk 4 door de jambes de force 5 verbonden. Jambes de force, hanenbalk, bestaande trekbalk 1 en de nieuwe balk 1.2 werden door draadeinden aan elkaar geschroefd. Dan kon het middenstuk van de trekbalk 1 eruit gezaagd worden; er bleven alleen rechts en links de stukjes 1.1 over. Deze en de schoren blijven in het zicht. Heel decoratief! De foto's 8 t/m 10 laten de uitvoering zien.
Met dank aan 'Chez Nous' voor de toestemming tot publicatie!



Traditioneel werden de jambes de force zowel in de hanenbalk als ook de nieuwe trekbalk ingelaten, zie afb.11. Maar dat gaat alleen als deze constructiedelen in één vlak liggen.

Een ander voorbeeld is hier te zien:

Legenda bij afb.12 Blokkeel en kreupele stijl 1. Makelaar (ook koningsstijl genoemd) , poinçon 2. Spoor (soms ook spant genoemd) , arbelatrier 3. Schoor 4. Spantbalk, hanenbalk , entrait retroussé 5. Blokkeel , blochet 6. Kreupele stijl , jambe de force 7. Buitenmuur (het stukje boven de zolderbalk 9 is de borstwering) 8. Balkslof 9. Zolderbalk 10.Korbeel (bij kleinere overspanningen vaak niet aanwezig)
5, 6 en 2 vormen samen een vormvast driehoek ________ dat door het onderste deel van de kreupele stijl 6 _ _ _ _ _ _ de spatkrachten op de zolderbalk 9 overbrengt
Hier nog een mooi verhaaltje over een zolderverbouwing 06.1.3 Geen balken meer op de zolder van Kees
Kees wilde zijn hinderlijke horizontale balken op de zolder verwijderen of hoger leggen en vroeg Piet of dat zonder gevaar voor de stevigheid kon. Piet bekeek de situatie en zei: Volgens mij is de horizontale balk op trek belast, en als je die weg haalt drukken de spantbenen de muren uit elkaar! Zij dachten over alle mogelijke vervangende constructies na maar kwamen tot geen werkbare oplossing. Maar die balk moest weg, je had anders geen stahoogte in de nieuwe kinderkamer die onder de zolder moest komen.
Omdat de oude timmerman François nooit te beroerd was zich in hun problemen te verdiepen vroegen zij hem op een apéritief en legden het probleem aan hem voor. François keek bedenkelijk, maar na het derde glas eau de vie kwam hij met zijn voorstel. Zijn verhaal was doorspekt met Franse vaktermen, maar zoveel hebben Kees en Piet begrepen: Wat François over de trek- en drukkrachten vertelde maakte duidelijk dat de trekbalken niet verwijderd mogen worden.
Maar dan vroeg hij de twee polderjongens eens in het huis van een buurvrouw te kijken waar hij de zolderverdieping jaren geleden verbouwd had. Daar waren helemaal geen spanten meer te zien! François had naast de spanten dragende binnenmuren (des pignons) met grote doorgangen laten metselen en dan de spanten afgebroken. Één had hij als versiering nog tegen de buitengevel laten staan. De gordingen (les pannes) rustten op de nieuw geplaatste pignons, er kunnen dus geen spatkrachten meer op de zijmuren optreden.
Dus nu had Kees twee opties:
de spanten hoger zetten of de spanten door pignons vervangen.
Alle twee oplossingen dus geen woensdag-middag-klus!


De zolder van de buurvrouw voor de verbouwing. 1,4m ‘stahoogte’ onder de trekbalk, 1,8m erboven.
De zolder van de buurvrouw na de verbouwing. Nu 2,4m doorgang onder de betonnen latei.
Geraadpleegde bronnen zijn: het boek ‘La maison de A à Z’ van Gérard Calvat, een tekening met verklarende woordenlijst die ik bij de bouwvakmarkt Castorama bestudeerd heb, de website van building-in-france, en verder gesprekken die ik met de aannemers gevoerd heb over offertes die zij voor de vernieuwing van ons dak uitgebracht hadden.