De headerfoto is niet in Frankrijk genomen, u ziet het aan de typisch hollandse dakpannen

1. Eerst de
dakconstructie analyseren
Interessant wordt het wanneer u een dakraam in een traditioneel huis met het originele dak wilt plaatsen.
Dit dak kan uit gordingen (des pannes) en verticaal dakbeschot bestaan zoals op afb. 1. Normaal liggen dan buiten op het dakbeschot contralatten (in de vallijn) en daarop de panlatten (horizontaal).


Of u heeft een dak met gordingen (des pannes) en daarop dan sporen (les chevrons), afb. 2 en 3. Het dakbeschot ligt dan horizontaal of het dakbeschot ontbreekt. En er bestaan ook andere combinaties van spanten/gordingen/sporen/ dakbeschot/onderdakfolie en ook compleet andere dakconstructies, per regio verschillend en vaak ook aangepast aan het type dakbedekking zoals Romeinse pannen (tuiles canal), leien (ardoises) of riet. U heeft geboft als uw dak al gerenoveerd is, zoals op afb.4 of 5: Nieuwe rechte sporen op de bestaande gordingen, natuurlijk uitgeklost als de gordingen doorgezakt zijn, en overal met dezelfde onderlinge afstand.


2. Dan de plaats voorbereiden
In het dak zoals getoond op afbeelding 1 en 2 kunt u dakramen tussen de eerste en tweede gording plaatsen, of tussen de tweede en derde, zie afb.6 , en u U kunt in deze situatie ook twee dakramen boven elkaar plaatsen (afb.7).

Omdat de gordingen door-gezakt zijn is de hoogte van de ramen geringer dan de afstand van de gordingen en liggen de ramen niet op een hoogtelijn. En daar waar de ramen te liggen komen moeten sporen (chevrons) geplaatst worden.

Hetzelfde dak met dakramen boven elkaar.
In het geval van afbeelding 2 moeten daar waar het dakraam komt de kromme onregelmatige sporen door parallel liggende rechte op de juiste afstand geplaatste sporen vervangen worden, groen in afb.8 .

Wanneer een dak op de plaats waar het dakraam moet komen een niet helemaal waterpas lopende pannenlijn heeft staat men voor het probleem:
laat men bij de plaatsbepaling de boven- en onderzijde van het dakraam de pannenlijn volgen of plaatst men het raam precies waterpas?
De eerste oplossing ziet er van buiten af voor het oog rustig uit. Bij de tweede oplossing is het aspect vanuit de binnenruimte perfect, maar van buiten kijkend lijkt het raam “scheef” in het dak te zitten (men ziet niet dat het dak scheef loopt!). Maar er is ook een technisch aspect: Bij een scheef zittend raam kunnen er problemen met het sluiten optreden (klemmen, niet-haaks sluiten). Het niet-parallel lopen met de pannenrijen valt ook van buiten bijna niet op, omdat men meestal toch heel vlak over het dak kijkt waardoor de onderste kier achter de pannen en de bovenste achter het raamkozijn verdwijnen; en een afdichtprobleem bij de iets scheve randspleten treedt hier niet op, de gebruikelijke afdichtprofielen overbruggen dit makkelijk. Ik zou daarom voor horizontale plaatsing kiezen. Bij een gerenoveerd dak zoals in afb. 4 of 5 kan een dakraam volgens de methode die voor moderne daken geldt geplaatst worden.
WAARSCHUWING!
Hier geldt nog meer dan bij moderne daken de onder 06.5.2 gemaakte opmerking: Doe als onervaren leek nooit iets aan de zwaardere onderdelen van de dakconstructie zoals gordingen (les pannes) en helemaal niets aan de spanten (les fermes)! Ook de vakman zou dit meestal alleen in verband met een complete dakrenovatie doen.
De verdere stappen zijn in principe zoals onder 06.5.2 voor moderne daken beschreven.
3. Uitgevoerd project in een traditioneel dak
Bij een traditioneel dak moeten, zoals boven gezegd, eerst recht en haaks liggende sporen geplaatst worden. Bij mijn project heb ik dit zo gedaan:




Omdat het raam vrij dicht bij de dakgoot ligt rust de onderkant van deze sporen op de muurkroon. De bovenkant ligt gewoon op een (kromme) gording. Verder heb ik deze sporen door kleine verschuivingen naar rechts en links zo uitgelijnd dat iedere tweede rij pannen niet gesneden moest worden. Mijn tuiles mécaniques zijn namelijk van het type waar iedere rij ten opzichte van de rij erboven en eronder om een halve panbreedte versprongen is. Bij andere types dakbedekkingen (niet-versprongen pannen, tuiles canal, tuiles plâtes, ardoises etc.) kan dit anders zijn. Voor de goede ‘zatte’ ligging van het dakvensterkozijn is het belangrijk dat deze sporen precies in één vlak liggen, dus geen verschillende helling hebben en daardoor ‘scheluw’ liggen. Bij een dak met doorgezakte gordingen is dit niet vanzelfsprekend en kan een hele hoop uitklos- en stelwerk veroorzaken! Omdat ik niet over de twee sporen kon peilen (zij lagen immers dieper dan de dakbedekking) heb ik er een op maat gezaagde multiplexplaat van 18mm opgelegd en dan de sporen uitgeklost totdat deze plaat op beide sporen zat oplag. Ik vond dit makkelijker dan de twee sporen afzonderlijk met behulp van een hellingmeter (of waterpas/schietloot plus geïmproviseerde hellingmeting) uit te lijnen. De klosjes zijn bij de voet van het linker spoor in afb.10 linksonder en 11 rechtsonder te zien.

De verdere werkwijze was zoals in menupunt 06.5.2 modern dak beschreven: horizontale latten onder en boven. Hoe scheef de bestaande dakconstructie was is op afb.13 te zien (gele pijlen), hier tijdens het plaatsen van de ossature voor isolatie en gipsplaten. Ik heb hier overigens latjes op de vrij brede kieren van het dakbeschot gespijkerd en hierop horizontale latjes die ter bevestiging van de montagerails dienen (les suspentes pour les rails de plafond). Verder is op deze afbeelding het isolatieframe VELUX BDX te zien (rode pijl, meer hierover onder 06.5.4, afb.1 - 3) en een los liggend stuk buisisolatie (blauwe pijl) waarvan ik later een precies op lengte gesneden stuk als overbruggende isolatie tussen dit frame en de muurkroon gestopt heb.
Dit was de gang van zaken bij mijn project. In andere situaties kan de aanpak anders zijn, afhankelijk van de aanwezige dakconstructie, de gewenste afwerking of het beoogde resultaat.