En nu het hang- en sluitwerk (serrures, pentures, charnières; in de bouwmarkt in de afdeling quincaillerie). In Frankrijk is het hang- en sluitwerk anders dan bij ons. Veel dingen zijn elegant en ingenieus maar helaas niet erg inbraakbestendig.
1. Sloten voor ingangsdeuren
Kijkt u eens naar de in Frankrijk gebruikelijke sloten voor ingangsdeuren. Drie- of vijfpuntssluitingen van buitendeuren zijn schering en inslag en maken alle mogelijke lelijke bijzetsloten met weer een andere sleutel overbodig, en de methodes van vergrendeling zijn ook erg geavanceerd. Bij één systeem worden de drie of vijf pennen door optillen van de deurkruk in het kozijn geschoven, en de sleutel vergrendelt alleen het schuifmechanisme; bij een andere laat een veer, die bij het openen voorgespannen wordt, bij het sluiten de pennen in hun opnames schieten. Maar dit hele mooie systeem wordt door een enkele Euro-cylinder ‘op slot gezet’, en deze cilinder is aan de buitenkant niet of erg zwak tegen indringers beschermd - de meeste afdekplaten zijn bovendien eenvoudig van buiten los te schroeven!


Als u meent in Frankrijk een Nederlandse afdekplaat te kunnen monteren dan komt u bedrogen uit, want de maatvoeringen (vooral de afstand tussen deurkruk en sleutelgat) zijn anders. Alleen in de Elzas worden de in Nederland en Duitsland gebruikelijke maten naast de Franse maten gebruikt. Voor de voordeur moet men dus compleet met Frans materiaal of compleet Nederlands materiaal werken.


In ieder geval is het belangrijk de bij het slot passende van binnen geschroefde gepantserde afdekplaat toe te passen, die natuurlijk het hele uitstekende gedeelte van de slotcilinder opneemt. Het inpassen van het slot in de bestaande uitsparingen in de deur of het aanpassen ervan valt meestal mee.
2. Sloten voor binnendeuren
Deze lijken veel op de bij ons gebruikelijke, maar ook hier zijn de maten afwijkend (doornmaat, afstand tussen deurkruk en sleutelgat, gaten voor plaques de propreté = afdekplaten, smetplaten).

In oudere huizen vindt u behalve insteek- ook vaak oplegsloten, vooral bij dunne deuren (minder dan 35mm). Deze oplegsloten (serrures en applique, afb. 5) worden nog steeds gemaakt, ook met behoorlijk degelijk binnenwerk, maar zij zijn voornamelijk in gespecialiseerde winkels te vinden, niet bij iedere Brico, en zijn duurder dan massageproduceerde insteeksloten. Als bijzonderheid liggen bij deze sloten krukgat en sleutelgat vaak niet boven maar naast elkaar.
Maar het meest gebruikelijk zijn sinds meer dan vijftig jaar de ook in Nederland bekende insteeksloten, vroeger met vierkante voorplaat, maar nu met het oog op het invrezen met afgeronde voorplaat.
Er zijn heel wat maatvoeringen te onderscheiden aan iets dat slechts een simpel deurslot lijkt te zijn, het is zeer gemakkelijk om uit de brico met iets verkeerds thuis te komen. Zie afb. 6.

Ik tel op afb.6 meer dan 20 verschillende afmetingen; maar in wezen zijn hiervan alleen twee afmetingen van belang: De doornmaat D en de afstand krukgat/sleutelgat, meestal aangeduid als AC of PC, zie afb.7 en 8.






Inschroefpaumelles plaatsen is moeilijk. In de fabriek wordt dat met een precies afgestelde machine gedaan. Als u zelf paumelles wilt plaatsen hebt u de bij de paumelles behorende boormal nodig. Ik heb het eens uit de vrije hand geprobeerd en heb gezien dat de kleinste afwijking tot gevolg heeft dat de drie paumelles van een deur niet in een lijn liggen en de deur niet te plaatsen is. Uiteindelijk heb ik bladpaumelles geplaatst, maar daarvoor was het nodig de opdekrand van de deur af te zagen.
4. Espagnolets, crémones
Grote ramen, terrasdeuren en ook luiken worden in Frankrijk meestal door crémones of espagnoletsluitingen gesloten. Crémones of espagnoletten bestaan in veel vormen; de variaties betreffen zowel de techniek als ook materiaal en decor. De hoofdvormen zijn:
qua vergrendelingsvorm: bij espagnolettes draaien de sluitstangen, bij crémones schuiven deze
qua bediening: draai-, zwenk- en hefgrepen (‘pompespagnolet’)
qua veiligheid: afsluitbare en niet-afsluitbare.
Het verschil tussen espangolet en crémone is eenvoudig aan de hand van afb.12 uit te leggen.
In het Nederlands (en soms ook in het Frans) worden de begrippen espagnolet en crémone vaak door elkaar gebruikt. Men spreekt bijv. over een krukespagnolet, en een pompespagnolet is eigenlijk een crémone die niet door een draaigreep maar door een op en neer zwenkende 'pompende' hendel bediend wordt.






Voor gâches de crémone zie deze website.
Moderne ingefreesde sluitingen die volgens hetzelfde vergrendelingssysteem werken worden soms ten onrechte ook als crémone aangeduid. Het zijn echter ‘ingefreesde meerpunts-sloten’ (serrures multipoints à encastrer).
Een moderne ingefreesde meerpuntsluiting -->
Er bestaan ook crémones die in het hout van het raam ingefreesd zijn (crémones à encastrer), maar daarvan heb ik geen afbeelding.
Veel uitvoeringsvormen van espagnolet- en crémonesluitingen zijn in Nederland te vinden bij de gespecialiseerde ijzerwaren- en slotenwinkels, bijv. Weijntjes (Amsterdam, Utrecht en andere plaatsen), Kerkhof (Laren). In Frankrijk is de keuze aan hang- en sluitwerk (tenminste in mijn omgeving) bij de hobbymarkten van Weldom, Castorama en Lapeyre beter dan bij andere Bricos en de meer steen-, balk- en cementgerichte zaken zoals Doras. Gewoon rondkijken in de afdeling quincaillerie. Men moet niet alleen bij deur- en raamsluitingen kijken, misschien is een espagnoletsluiting voor klapluiken (espagnolette pour volets battants) voor sommige toepassingen geschikter, bijvoorbeeld bij stal- of schuurdeuren.
Als het om een niet meer leverbaar type gaat en de nieuwe modellen niet passen (of niet bij de stijl van het huis passen) zou een kijkje bij handelaren in oude bouwmaterialen resultaat kunnen opleveren. In Nederland bij Piet Jonker in Baambrugge of Jan van IJken in Eemnes, in Frankrijk zoeken naar matériaux recuperés of matériaux traditionels, zie bijv. een door Jos le Conseiller genoemd adres. De prijzen zijn wél hoog.
Als een crémone niet goed sluit zou ik eerst kijken of de sluitpennen wel goed in de gaten vallen, in de gâches de crémone: De sluiting gewoon bij geopend raam of deur bedienen, als dit makkelijk gaat ligt het aan het gat of de gaten in het kozijn. Als het raam (of de scharnieren ervan) een beetje uitgezakt zijn dan komt de pen niet recht voor het gat. Dus het raam uitlijnen of het gat in de plaat uitvijlen, desnoods de plaat verplaatsen*. En natuurlijk moet het gat schoon zijn, er mag geen zand of ander rommel in zitten! Als de sluiting ook bij geopend raam moeilijk gaat dan ligt het aan het espagnolet- of crémone-mechanisme. Traditionele opliggende mechanismen zoals op afb.14 of 15 kan men heel eenvoudig demonteren, smeren en weer monteren (of gewoon in gemonteerde staat smeren). In deze video is te zien hoe vaklui een oude crémone opknappen. * oude gaten goed opvullen, desnoods eerst uitboren en een passend stuk hout inlijmen, dan nieuwe boren
Bij moderne ingefreesde sluitingen kan men de website van de fabrikant raadplegen, bijv. deze.
5. Het demonteren van sloten
Neem een slot nooit uit de deur door achter de voorplaat een beitel of schroevendraaier te steken. Hierdoor kan de voorplaat verbuigen, en het hout wordt in de omgeving van de plaat lelijk beschadigd. Wel is het nuttig rond de
6. Het inzetten van sloten
Als u een slotgat aan de maten van een nieuw slot aan moet passen, of als u een nieuw gat voor een slot moet boren/frezen/steken dan is het wenselijk ter plaatse tegen elke zijde van de deur een latje of plaatje MDF van tenminste 10mm te klemmen (afb.17). Bij het boren van kruk- en sleutelgat is het nuttig in het slotgat en achter de lijmtang


passende stukjes hout te klemmen; zodoende wordt de kans op afsplinteren van hout verminderd (afb.18). Zowel het slotgat als de gaten voor kruk en sleutel moeten ruim bemeten zijn, zodat slot, kruk en sleutel zonder wringen te plaatsen zijn. Anders is de kans op klemmen van het slot en/of beschadiging van de deur bij het krimpen van het hout groot. Een handige mal voor het boren van de opname voor een slotkast heb ik op deze video gezien - want als hobbyist schaf je toch geen professionele freesmal (afb. 19) aan.


7. Insteekslot ipv oplegslot
Ik heb ook eens, toen ik oude binnen-deuren voor een inbouwkast geplaatst heb, bij deze dunne deuren goedkope moderne insteeksloten in plaats van de versleten oplegsloten gebruikt. In dit geval heb ik op de deur gewoon een plankje van de juiste dikte gezet, in deur en plank een verdieping gefreesd en het slot in de zo ontstane uitsparing gezet. Afb. 20 toont de deur van binnen gezien.
8. Tout venant - andere tips voor hang- en sluitwerk
Mocht de deur rond het slot gaten van allerlei vroegere sloten en afdekplaten hebben, dan dan is het mogelijk de hele slotpartij uit te zagen en door een ingelijmd houtblok te vervangen, afb. 21, en dan alles nieuw te boren volgens afb. 17 en 18.



In dunne deuren hebben de vierkante pennen van de deurkrukken, de krukstiften, weinig houvast. Door wiebelbewegingen van de deurkrukken en vierkantpennen lubberen de sloten gauw uit. Dan kan men de deur door sierplaten van bijv. 8mm MDF opdikken, zie afb. 22 en 23 en de headerfoto, daarop de rozetten monteren en deurkrukken met een langere krukstift plaatsen.