In dit geval kunt u op de zoldervloer isolatiematten (rockwool of glaswol) uitrollen. U kunt beter twee dunne dan een dikke laag gebruiken, want dan kunt u de naden laten verspringen wat tocht tegengaat. De onderste laag wordt met de dampremmende folie naar beneden tussen de balken (dus haaks op de planken) gelegd, de naden strak tegen elkaar. De volgende laag zonder dampremmende folie erop, haaks over de eerste heen. U kunt de isolatie een beetje tegen het dak op laten lopen en bij de muuraansluitingen met 1-2cm overmaat werken. Deze vloer is dan niet meer beloopbaar. Door het lopen wordt het isolatiemateriaal namelijk gecomprimeerd en dus minder isolerend. Afbeelding 1.

Bij een balkenvloer met eronder gespijkerd of verlaagd opgehangen plafond kunt u de eerste laag tussen de balken uitrollen. Deze onderste laag wordt weer met de dampremmende folie naar beneden met overmaat tussen de balken gelegd. De volgende zonder dampremmende laag erop, haaks over de balken heen. Zie afb.2. Dit resulteert in een goede meestal ruim voldoende isolatie. In dit geval kunt u ook twee lagen isolatie tussen de balken aanbrengen, afb.3. De onderste laag wordt weer met de dampremmende folie naar beneden met overmaat tussen de balken gelegd. De tweede laag zonder dampremmende folie legt u met verspringende naden daarop. Dit resulteert in een meestal voldoende isolatie, alleen de balken kunnen een zekere koudebrug (pont thermique) vormen. Dan kunt u op de balken nog steeds planken leggen en de zolderruimte later als uitbreiding van uw woonruimte gebruiken, maar let op een luchtspleet van minimaal 15mm. Als de vloerplanken gesloopt zijn en het plafond er al zit kunt u de matten of rollen van boven erin leggen, wat meestal prettiger werkt. Als de plankenvloer er al zit en u die niet wilt opnemen moet u van onder werken.


Legenda bij afb.1 - 5 Z = zolder, B = bewoonde ruimte
Een bijzonder fraaie maar ook bewerkelijke oplossing ziet u in afb.4 en 5. Hier is een gipsplatenplafond tussen de balken aangebracht, die dus gedeeltelijk zichtbaar blijven. De platen hangen aan een draagconstructie volgens voorschrift van de producent van de gipsplaten. Deze draagconstructie bestaat bij afb.5 uit L-profielen die op de zijkanten van de balken geschroeft worden. Als de afstand tussen de balken groter is dan 50cm (wat in oude huizen meestal het geval is!) dan moet u op de L-profielen om de 40cm een dwarsprofiel leggen waaraan de gipsplaten vastgeschroefd worden; voor meer details zie 08.3.4. Bij afb.4 zijn geen L-profielen maar latjes toegepast. Op dit ‘hangend plafond’ van gipsplaten wordt weer tweelagig isolatiemateriaal gelegd. Omdat dit hoger dan de bovenkant van de balken kan komen te liggen moeten bij plaatsing van een plankenvloer eerst latjes ter overbrugging van het hoogteverschil tegen of op de balken gespijkerd worden. De eerste oplossing is op afb.4 links, de tweede rechts te zien. Deze latten kunnen ook ter egalisatie van doorgezakte of niet-waterpas lopende balken zodanig aangepast worden dat een horizontale en rechte basis voor een plankenvloer gecreëerd wordt (de vakman noemt dit soort taps toelopende latten ‘scheggen’).


Bij één project wilde ik de balken compleet in het zicht laten. Ik heb de L-profielen daarom tegen de bovenkant van de balken geschroefd, afb.6. Om isoaltie te kunnen plaatsen heb ik van de balken vakwerkliggers gemaakt, vergelijkbaar met afb.8.



U kunt het overdreven vinden, maar het was voor mij een mooie exercitie ;-) .
Let op:
Door iedere vorm van vloerisolatie wordt de zolder kouder, want de verwarming door de opstijgende warmte van het bewoonde gedeelte is gereduceerd. Daarom is het aan te raden op de zolder liggende water- of CV-leidingen, als deze niet in de 'warme' ruimtes verplaatst kunnen worden, goed te isoleren.
Let verder op:
Aan de bovenzijde niet afgedekte isolatie kan door ongedierte of zwerfkatten geattaqueerd worden. Ik heb het hier over onbewoonde zolders, maar deze beesten wonen er toch. Afdekken met gaas kan helpen.
volgende -->