Hier gaat het om isolatie en beplating van een zolder met lichte of onregelmatige sporen of gordingen, die men niet in het zicht wil laten. Dit is de beschrijving van een project dat ik uitgevoerd heb. Een meer geavanceerde methode, die ik toen nog niet kende, is onder 15.5.4 beschreven.

Mijn situatie was: Het dak bestond uit vrij zware gordingen, des pannes, die behoorlijk doorgezakt waren, en daarop dakbeschot, zie afb1. Omdat het pannendak recentelijk vernieuwd was hoefde ik daaraan geen aandacht te besteden. Ik had het oorspronkelijke lage plafond (= de zoldervloer) dat op hoogte (1) lag verwijderd. (2) is de eerste balk van het nieuwe plafond dat ca.1,2m hoger ligt. Onder de kromme gording, die nu middenin het dakvlak ligt, waren de kieren van het dakbeschot met opgespijkerde planken (3) afgewerkt. Om ook in het bovenste gedeelte de kieren te dichten heb ik daar op de naden latjes (4) van 22x40mm gespijkerd (het formaat dat vaak als contralatten onder de panlatten gebruikt wordt). Dan heb ik op het dakbeschot horizontaal panlatten van 30x40mm met een onderlinge afstand van 60cm gespijkerd. Hieraan heb ik plafondprofielen (5) met ophangingen volgens afb.2 met een onderlinge horizontale afstand van 60cm opgehangen, waarvan ik de correcte uitlijning steeds weer met een metselkoord geverifieerd heb. Waar de middenste gording te veel doorhing heb ik deze met een rasp een beetje bijgewerkt (6) en dan de profielen op deze plaatsen vastgeschroeft. Voorlopig heb ik alleen de onderste (7) en de bovenste rij (8) ophangingen (suspsentes) geplaatst.
Dan heb ik tussen het dakbeschot en de rails steenwol isolatiebanen* ingetrokken die ik zo breed gesneden had dat ik boven iedere baan weer een rijn ophangingen kon plaatsen. Bij de glaswolbaan op afb.3 bedacht ik me dat het anders beter kan: ik heb de horizontale lat weer losgehaald en van A naar B verplaatst. Ik had dus beter alle horizontale latten meteen op 100cm onderlinge afstand kunnen plaatsen, want dit is de breedte van de glaswolmatten!



Ik wil benadrukken dat men in combinatie met de suspentes volgens afb.2 beslist de plafondrails volgens afb.4 (links) moet gebruiken, niet de Cstaanders (montants) die voor wanden gebruikt worden; deze hebben weliswaar dezelfde breedte maar een grotere hoogte – hierin zitten de suspentes niet goed.

Dan heb ik de railconstructie met waterdampdichte folie bekleed en met behulp van een platenlift van gipsplaten voorzien, afb.6.

Wie een dak met sporenconstructie zoals op afb.7 heeft kan de rails beter niet in de vallijn maar liever horizontaal aanbrengen. De suspentes met een onderlinge afstand van 60cm op de sporen vastschroeven, uitgelijnd met een metselkoord, dan de rails inklikken, afb.8 en 9. Hierop worden de gipsplaten in de vallijn aangebracht (dat wat de leek vaak 'verticaal' noemt), zie de blauwe pijl.
Bij * moet tegen de gording nog een oplage (latje) voor de bovenkant van de gipsplaat aangebracht worden. Als men de beplating aan de onderkant ook tot de gording door laat lopen dan natuurlijk ook op de onderste gording.




Andere opties.
Men kan, vooral bij kleinere dakvlaktes, ook de onder 8.3.2 afb.24 beschreven werkwijze met wandrails toepassen. Gewoon boven en onder tegen de gordingen een U-rail plaatsen en darin in de vallijn C-staanders zetten, zie afb.11.
En ik wil ook niemand tegenhouden voor de beplating een houtconstructie toe te passen.
En men kan ... voor de vindingrijke klusser bestaan -tal van mogelijkheden!

volgende -->