1. Het leggen van de waterleidingen
Bij het aanleggen van waterleidingen is het doelmatig in de stroomrichting van het water te werken. Bij een compleet nieuw waterleidingsysteem zou ik dus van de toevoer uitgaan, in het algemeen is dit bij de watermeter. Bij een gedeeltelijke vernieuwing gaat u van de bestaande leiding uit, niet van de verbruikers. Ik beschrijf hier een compleet systeem, de werkwijze bij een deelsysteem kan hiervan op eenvoudige wijze afgeleid worden. De leiding tot en met de watermeter valt onder de verantwoordelijkheid van het waterleidingbedrijf, hieraan mag u niet komen. Vanaf de watermeter bent u verantwoordelijk. Zie afbeelding 1.

Watermeter en waterverdelers 1 Hoofdkraan 2 Watermeter 3 Aftap 3’ aftap van de verdelers 4 stopkraan 5 koudwaterverdeler 6 koudwaterleidingen en stopkranen
7 voeding van de boiler 8 Boiler 9 Warmwaterverdeler 10 Warmwaterleidingen en stopkranen
l
--> Bij koudwater zijn er twee reserveaansluitingen
Ieder huiswaternet moet afgetapt kunnen worden. De eerste aftap wordt onmiddellijk naast de watermeter geplaatst, 3 in afb.1. Sommige watermeters hebben een eigen aftap. De hoofdstopkraan 4 is meestal dicht bij de watermeter geplaatst; zo niet dan moet men aan het einde van de hoofdleiding bij de koudwaterverdeler (5) een stopkraan plaatsen, 4'. De waterverdelers (5) en (9) zijn de typische nourrices, voor voorbeelden zie afb.2 - 4. De koudwaterverdeler dient zo veel uitgangen te hebben als er vertrekken (of tapplaatsen zoals tuin en terras) met wateraansluiting zijn plus één voor de toevoer van de warmwaterboiler (no.8 in afb.1). Een of twee reserveaansluitingen zijn ook steeds nuttig - wie weet wat u in de toekomst nodig hebt. Het warme water wordt weer door een nourrice (9 in afb.1) verdeeld.



legenda bij afb 4:
1 buitendraad 20/27 (¾”)
2 binnendraad 20/27 (¾")
3 4x buitendraad 15/21 (½”)
Mijn waterverdelers zijn hier te zien, afb. 5. Niet alles is netjes en recht, want ik moest er met bestaande leidingen rekening houden. Alle leidingen zijn met watervaste plakkers gekenmerkt; men zou ook sleutelhangers aan de stopkranen kunnen hangen. Ik heb er ook een overzicht van de aansluitingen bij gezet, zie hieronder.
Op alle afgangen van de nourrices zitten stopkranen. Hiervoor kiest men het liefst kogelkranen (vannes sphériques, die met de karakteristieke rode hendels), want die hebben minder last van kalkaanslag en gaan niet zo gauw vastzitten – steeds een probleem bij kranen die niet regelmatig bediend worden.
Op afb.5 ziet u links de warmwaterverdeler, bestaand uit een 5-punts en een 3-punts nourrice, rechts de koudwaterverdeler, bestaand uit twee 5-punts nourrices en onderaan een T-stuk, de niet benodigde aansluitingen zijn met een blinde kap afgesloten.
En ja, er bestaan ook kogelkranen met hendeltjes in andere kleuren,



Als in een huis een compleet nieuw waterleidingsysteem aangelegd moet worden zou ik de meerlaagse kunstofleidingen kiezen, die algemeen als PER bekend zijn. Hiervoor is speciaal krimpgereedschap nodig.
Hoe koper te solderen is (zacht met tin en Butagasvlam) en hoe men bochten met een buigijzer of buigveer maakt staat in alle handleidingen en klusadviezen van de bouwmarkten en iedereen krijgt dat met een beetje oefening onder de knie. Ik wil alleen op een punt wijzen: Alle leidingen moeten voor het solderen spanningsvrij liggen, dus nooit een leiding in een positie 'dwingen', want dat resulteert in spanningen die op den duur tot breuk kunnen leiden. Er bestaan ook een paar handige trucs die niet alom bekend zijn:

Afbeelding 7: Bochten apart buigen, pijpen op lengte brengen en dan een mof plaatsen, want twee bochten die men met een buigijzer aanbrengt komen toch nooit precies op de juiste afstand te liggen.
2. Het bevestigen van de leidingen
Alle leidingen moeten om de 50 à 60cm in beugels bevestigd worden. Kort voor ieder bocht of T-stuk dient ook een leidingsteun geplaatst te worden. Er bestaan ook bevestigingsbeugels met rubberen voering die een beetje thermische uitzetting toelaten en het geluid dempen. Er zijn tal van verschillende bevestigingsmiddelen in de handel; ik gebruik meestal de simpele colliers de fixation van geperst blik, zie de afbeeldingen 8 t/m 14.
Hier een paar afbeeldingen van deze simpele leidingssteunen en hun toepassing.







Warmwaterleidingen worden tegen warmteverlies door daar overheen geschoven schuimrubberen buisisolatie geïsoleerd. Het is doelmatig ook koudwaterleidingen te isoleren op trajecten waar condensatie op de leidingen op kan treden. Omdat condensvocht aan de onderkant van de leidingen naar het laagste punt loopt en daar afdruppelt, vermoedt men vaak ten onrechte een lekkage. Zie hierover ‘Lekkage of condensvorming’ onder menupunt 10.1.8 andere vraagstukken over water. Het condensprobleem treedt vooral in slecht geventileerde warme ruimtes op (denkt u eens aan de bekende condensvorming op het WC-reservoir). Geluidsoverlast (stromingsgeluid van water in leidingen of ‘slaan’ van leidingen) wordt meestal veroorzaakt door de kranen van bepaalde verbruikers die abrupt sluiten; dit kan verergerd worden door een te grote afstand van de houders, of door muurdoorvoeringen die niet zorgvuldig geïsoleerd zin - vaak is het een combinatie van deze factoren. - Voor waterslagen zie het punt 4 in 10.1.5 (<-- aanklikken). - Gaten in muren dienen rondom 15-20 mm groter te zijn dan de leidingen, dus 50-60 mm voor de gebruikelijke leidingen van 12 tot 20 mm. De vrije ruimte wordt met bouwschuim (PUR) of stukken buisisolatie opgevuld. Voor pijpbeugels met inlage zie hier.

3. Flexbuisaansluitingen en muurplaten
Mengkranen van wastafels en gootstenen die op het horizontale vlak gemonteerd worden hebben tegenwoordig een aansluiting door ingeschroefde of vast ingeperste flexibele aansluitslangen, afb.15 en 16. Hiervoor moet op de aanvoerleidingen de juiste schroefmof gezet worden. Ik schrijf uitdrukkelijk 'gezet', want bij koperen leidingen kan dit solderen of persen zijn, bij PER steeds persen. En let op: deze aansluitleidingen hebben een standaardlengte van 30cm. Zie ook 10.1.5.


Douche- of badkuipkranen en sommige gootsteenkranen die tegen de muur zitten worden op muurplaten bevestigd die op de leidingen gezet zijn, afb.17. Deze muurplaten dienen de juiste diameter voor de koperen buis en de te monteren waterkraan te hebben, bij mengkranen ook de juiste hart-op-hart afstand. Hiervoor bestaan de maten 120 en 150 mm; tegenwoordig is 150mm gebruiklijker. Zie afb. 18 en 19. Voor de aansluiting van een 150mm-unit op 120mm-muurplaten zie de opmerkingen onder 10.1.3.



Er bestaan ook plastic waterleidingen. Soms is het handig die voor lange leidingen (bijv. van de watermeter naar de verdelers, of lange leidingen van de verdeler naar een vertrek) te gebruiken. Deze leidingen zijn vorstveilig. Het leggen van kleine korte bochten is echter niet mogelijk. Voor de overgang van koper op plastic bestaan speciale koppelingen. Die zwarte slang is er in twee soorten: eau potable en irrigation. Het eau potable soort is gekenmerkt door een doorlopende blauwe streep aan de buitenkant. Beiden hebben dezelfde afmetingen en er passen dezelfde koppelstukken op. Maar Potable geeft minder kans op een plastic- of grondsmaakje aan je water, en de drukvastheid van de potable is ook groter. Het prijsverschil is overigens minimaal.
4. Testen van de waterleidingen
Als alle leidingen gelegd zijn, is het goed het systeem op lekkage te controleren alvorens de sleuven in de muur dicht te cementeren of te gipsen. Hiervoor zet u de waterdruk op de leiding en laat alle kranen lopen tot er luchtvrij water komt. Dan laat u het systeem een paar uur onder druk staan en loopt alle soldeerverbindingen na. Soldeer elke lekkende verbinding na aftappen van de leiding meteen opnieuw! Een kleine lekkage kan door kalkafzetting soms vanzelf dicht worden, maar het blijft steeds een zwakke plek die bijvoorbeeld bij drukstoten weer open kan springen. Dus liever nu in vijf minuten repareren dan later een muur weer open moeten bikken.
Redactionele opmerking
Tot nog toe beschrijf ik alleen het leggen van koperen leidingen. Ik heb de techniek met kunststofbuizen niet beschreven, omdat ik er geen ervaring mee heb. In ons huis was immers een koperen leidingsysteem aanwezig dat ik eerst gesaneerd en later uitgebreid heb; het was logisch ook hiervoor koper te kiezen. En ik beschrijf het liefst alleen dingen die ik ooit zelf gedaan heb. Bij een compleet nieuw aan te leggen huiswaternet zou ik PER of multicouche gebruiken. Voorlopig verwijs ik naar deze website voor PER producten: http://www.plomberie-pro.com/Catalogue/plomberie/raccord-per/glissement-pro.htm Zie ook de daar gelinkte PDF-infos. Les tuyaux en PER sont définis par leur diamètre extérieur et leur épaisseur, en millimètres :
12 × 1,1 soit 10 mm de diamètre intérieur (12 – épaisseur × 2 = 12 – 2, 2 = 9,8)
16 × 1,5
20 × 1,9
25 × 2,3
Diamètres courants du tube multicouche, vendus en barres (1,5 m et 3 m) et en couronnes, nus ou dans un fourreau, les diamètres extérieurs courants sont de :
14 (x2) soit 10 mm de diamètre intérieur (14 – épaisseur × 2 = 14 – 4 = 10)
16 (x2)
20 (x2)
26 (x3)
32 (x3)
Verder wil ik dit stuk aanvullen met: - koper, PER of multicouche - aansluitschema's voor boilers - Franse bijzonderheden