Klussen in FrankrijkHet geredde kennisarchief

V0.8 · gereconstrueerd webartikel

Riolering plannen

Als de planning voor het waterleidingnet (zie 10.1.1) klaar is doet u hetzelfde voor de riolering. U gaat weer van de verbruikers en hun aanbevolen afvoerdiameters uit en voegt die samen tot een net met…

10.2.1
archiefnummer
10
bronpagina’s
18
bronbeelden
PDF-structuur en paginaovergangen gecontroleerd

Als de planning voor het waterleidingnet (zie 10.1.1) klaar is doet u hetzelfde voor de riolering. U gaat weer van de verbruikers en hun aanbevolen afvoerdiameters uit en voegt die samen tot een net met diameters die in stromingsrichting gezien steeds toenemen.

Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
Bronbeeld 1 · PDF-pagina 1

De maten tussen haakjes { .. } zou ik alleen nemen als het om heel korte leidingen gaat, zeg minder dan 1m. Onderbouwsifons (bekersifons) bestaan in 32mm (voornamelijk voor wastafels) en 40mm (voornamelijk voor keukengootstenen, éviers).

Deze kunnen met handige rubbermanchetten 32/40, 32/50 en 40/50 op de grotere afvoerleidingdiameters aangesloten worden; deze manchetten hebben binnen en buiten ringvormige afdichtlamellen. Omdat deze manchetten lijmloos zijn kunnen de sifons voor ontstoppingswerkzaamheden makkelijk los genomen worden.

Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 1 Rubbermanchet 40/50 en 32/50

Badkuipen hebben voor de afvoer (sifon) een gat van 52 mmØ. De sifons hebben dan een afvoer van 40mmØ. Douchebakken hebben voor de afvoer (sifon) een gat van 60 of 90 mmØ. De sifons hebben dan een afvoer van 40 of beter 50mmØ. Normale douche- en badsifons hebben een inbouwhoogte H van ca.115 mm. Voor 60 en 90 mm bestaan ook modellen met H = 80 mm; deze zijn van bovenaf te openen voor het reinigen en om verstoppingen te verhelpen. U plant uw rioleringsnet net zo als bij de waterleidingen vanuit de gebruikspunten (wastafels, badkuipen, douche-

1. Gedetailleerde planning van de riolering: afschot en beluchting

Bij het vastleggen van de definitieve routing van de rioleringen moet men, anders dan bij waterleidingen, op afschot en beluchting letten.

Afschot Men moet elke afvoer van vuil water met een constante afschot van ca. 0,8 - 1% aanleggen. 1% is gelijk aan 1 cm per strekkende meter. Bij aansluitingen aan de standleiding past met een T-stuk met 87° toe, dat geeft meteen de juiste helling aan. Meer is niet nodig. Bij minder afschot wordt de stroomsnelheid te laag, het zelfreinigingseffect werkt niet meer, en de leidingen slibben te snel dicht. Bij meer afschot kan een separatie van vaste en vloeibare stoffen plaats vinden; het water loopt weg, excrementen en papier blijven liggen. Verstoppingen zijn het resultaat. Bij dit soort gevallen beter een afschot van ca. 1% aanhouden en dan een verticale val toepassen. Het is nagenoeg onmogelijk het nodige afschot van 0,8 à 1% te realiseren als men langere leidingen dwars door het huis in de vloer legt (in het beton stort); als men door een kamer van 8 m moet is dat immers 6 à 8cm. Natuurlijk is alles wat met stroming en afschot te maken heeft een beetje ingewikkelder. Wie hier meer over wil weten kan dit in DIN 12 056 nalezen. De essentie is dat men bij dunnere leidingen, bijv. 40mmø, beter een iets groter afschot (2,0 - 2,5%) kan toepassen om de relatief grotere wrijving in dunne leidingen tegen te gaan.

Beluchting Een vaak gemaakte fout (ook van vakmensen, en ook in Nederland) is het niet beluchten van afvoerleidingen. Bij het doortrekken van de WC ontstaat dan door de massieve bijna als een zuiger naar beneden stortende waterkolom een vacuüm dat ondiepe stankafsluiters (meestal die van een douche of een schrobputje in de vloer) leegzuigt zodat er een open verbinding naar het riool ontstaat. En elk riool stinkt soms wel naar rotte eieren. Daarom moet u afvoeren naar het riool steeds beluchten, zie afb. 2 - 6. De Fransen spreken bij het fenomeen van leegzuigen van désyphonage, mise à sec des syphons of vidange des syphons.

Beeld 2 toont de meest effectieve maar ook duurste manier van aansluiten. De 125mm-valpijp ('standpijp') is boven het dak uit verlengd en van een afdekhoedje voorzien. Deze standleiding moet zo min mogelijk ‘verspringen’. Dus recht door het dak naar boven is het beste (en meestal goed te camoufleren als men deze leiding door een nevenvertrek legt, bijvoorbeeld een berging, een inbouwkast of de bijkeuken). Buiten leggen (wordt in Engeland vaak gedaan, aan de achtergevel) is in alle gebieden waar het kan vriezen af te raden. Boven de hoogste aangesloten afvoer kan deze leiding een geringere diameter dan 125mm hebben, want hier stroomt uitsluitend lucht die een veel geringere viscositeit dan water heeft en daardoor 'makkelijker' stroomt. Maar wie het zekere voor het onzekere wil nemen plaatst ook hier een 125mm-leiding.

Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 2 Separate leidingen voor alle afvoeren -> separate pipes for all bathroom drains
Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 3 Gemeenschappelijke leiding voor alle afvoeren -> One common pipe for all bathroom drains; this requires a second air connection close to the far end of the horizontal drain.

Afbeelding 2 en 3 tonen badkamerrioleringen met beluchtte valpijp (of standleiding); de helling van de 'horizontale' leidingen is hier sterk overdreven. In afb. 2 zijn alle afvoerleidingen separaat op deze ‘standpijp’ aangesloten. Meer gebruikelijk (en ook kosten- en ruimtebesparend) is het meerdere afvoeren met één verzamelleiding op de beluchtte standpijp aan te sluiten (afb. 3). Men moet dan wel op de juiste diametervergroting bij iedere aansluiting letten en de verzamelleiding moet belucht worden (links op deze tekening). Daar moet een beluchtingspijp (ook ontspanningsleiding, vacuümbreker of atmosferische compensatie genoemd) geplaatst worden, die ook weer boven het dak uitkomt. Let op: deze tweede vacuüm-breker kan beter niet aan het uiterste uiteinde van de horizontale leiding geplaatst worden, want de hele horizontale afvoer moet doorspoeld worden! Er moet tenminste één afvoer aan de andere kant van de beluchtingsleiding zitten, anders treedt er, vooral als het om een lang stuk leiding gaat, te makkelijk sedimentatie en dus verstopping op.

Maar ook bij deze aansluiting volgens afb. 3 is het goed de WC separaat op de valpijp aan te sluiten of tenminste het dichtst bij de valpijp te plaatsen. De WC-pijp kan beter geen 90°-bochten hebben, liever 45°, desnoods 2x 45°. Bij Dyka, pag. 14 - 19, is een aantal goede voorbeelden te zien. Er zijn combinaties van de twee systemen volgens afb. 2 en 3 mogelijk, dus bepaalde afvoeren separaat en rechtstreeks op de valpijp aangesloten, anderen via een verzamelleiding. Badkamers met zowel een douche als een badkuip verdienen bijzondere aandacht; bij het laten leeglopen van de badkuip kan het namelijk voorkomen dat water in de douche terecht komt en deze overloopt, vooral als de gemeenschappelijke afvoer een te kleine diameter heeft. De afvoeren van badkuip en douche zijn dan namelijk communicerende vaten en die willen steeds hetzelfde vloeistofniveau hebben. Ik heb ook van situaties gehoord waar bij een afvoer zoals op afb.3 bij het leg laten lopen van de badkuip de sifon van de douche steeds leeg werd gezogen, het effect van désyphonage.

Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 4 Gedeeltelijk gemeenschappelijke leidingen -> Compromise between separate and common drains

Dus is het beter de douche apart op de standpijp aan te sluiten. En natuurlijk moet iedere verzamelleiding op de juiste plaats weer een beluchting hebben. Een leidingsysteem zoals op afbeelding 4 is dan een goede oplossing. Let op: niet de op afb.5 getoonde minder betrouwbare beluchting kiezen!

Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 5 Niet aan te bevelen! Ongunstige plaatsing van de tweede vacuüm-breker. -> Not recommended! It is important for the whole of the horizontal branch to be flushed with liquid. There must be at least one drain unit outside the vent pipe connection.

Nog een mogelijkheid: De oplossing volgens afb. 6 lijkt me wel mogelijk. Maar, zoals gezegd, alles is afhankelijk van de situatie ter plekke.

Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 6 Mogelijke oplossing als de laatste rioolaansluiting verticaal verloopt - dus geen dood stukje leiding waarin sedimentatie op kan treden. -> A possible connection for the vent pipe (vacuum breaker) if the last appliance has a vertical drain pipe.
Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
Bronbeeld 8 · PDF-pagina 5

En als de WC niet dicht bij de valpijp te plaatsen is, en op dezelfde rioolpijp nog een douchebak of wastafel aangesloten is, moet men beslist nog een separate beluchting leggen. Op een Engelse website heb ik de volgende oplossing gevonden, eigenlijk een bypassbeluchting:

Ik wil wel nog even benadrukken dat het in huizen met een of twee verdiepingen meestal niet noodzakelijk is de standpijp boven de hoogste aansluiting met de volle diameter, meestal 125mmø, door te laten lopen. Hier moet door de pijp immers alleen lucht stromen, en die stroomt vanwege de geringere viscositeit veel makkelijker dan water. Een diameter van 50mm is dan meestal voldoende. In multi-storey-gebouwen met op iedere verdieping een compleet rioolnet is dat anders. Er zijn in Nederland en Frankrijk allerhande binnenbeluchters verkrijgbaar (afb.7 en 8), ook sifons met ingebouwde beluchters (clapet anti-désiphonnage), maar dit alles zijn lapmiddelen om de oorspronkelijke fout, een ontoereikend belucht afvoersysteem, achteraf enigszins te corrigeren. Ik ken ook iemand die als tijdelijke remedie bij zijn douche waarvan de sifon steeds leeggezogen wordt, na iedere WCbeurt water liet lopen zodat de stankafsluiter meteen weer gevuld is, maar dat is echt een nood-noodoplossing!

Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 7 Binnenbeluchter, rechts de onderdelen -> AAV, air admittance valve, right: the components
Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb.10.2.1 - 8a Binnenbeluchter, het principe -> air admittance valve, the principle
Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 8b: Binnenbeluchter, werkwijze van het model op afb.7 -> air admittance valve (AAV), how it works

Ik wil niet zeggen dat het anders dan met de hiervoor beschreven oplossingen niet lukt het probleem van désiphonnage op te lossen, maar bepaalde effecten zijn moeilijk te voorspellen. Het kan bij ontbrekende of ontoereikende beluchting steeds weer voorkomen dat bij het doortrekken van de WC een van de stankafsluiters leeggezogen wordt, of dat bij het leeg laten lopen van de badkuip plotseling water in de douche staat. Ik ben in mijn drie huizen reeds de gekste dingen tegen gekomen. Dus ik neem geen enkel risico meer. Achteraf verhelpen is altijd moeilijker, en zeker duurder! En steeds eraan denken: De WC-uitlaat heeft in Frankrijk 100mm, de standpijp 125 mmø; de in Nederland gangbare diameter 110 is in Frankrijk niet gebruikelijk. Er blijken wél verloopstukken tussen 100 en 110 mmø te bestaan (www.nicoll.fr), maar die vind je bij een gewone Brico niet.

2. Ook een detail waar het vaak misgaat: De overstort van de boiler

Iedere boiler heeft een overstort (groupe de securité). Bij de afvoer van het water uit deze overstort worden vaak fouten gemaakt; als men die gedachteloos op een bestaand riool aansluit kan men voor verrassingen komen te staan. Op afbeelding 9 is de boiler overstort gewoon op dezelfde riolering aangesloten als de badkuip. Daar was niets mis mee zolang de badkuip alleen voor het douchen gebruikt werd.

Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 9 Boiler overstort lager dan badkuipniveau (als die vol is)

Maar als men een bad neemt en de volle badkuip dan leeg laat lopen, en de

Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
10.2.1 - 10 Boiler overstort met opvoerpomp

De praktische uitvoering is op afb. 11 en 12 te zien, hier bij een HR-combiketel toegepast. Deze heeft dus twee waterafvoeren: de overstort van de boiler en de afvoer van condenswater dat in de rookgasafvoer ontstaat.

Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 11 Opvoerunit, hier bij een HR-ketel. Pijl: Hoogte van de badkuip, die achter de muur ligt en op dezelfde afvoerleiding aangesloten is.

Legenda bij afbeelding 11: (1) Overstort van boiler (2) afloop van condenswater uit rookgas (3) waterbak van de opvoerunit (4) motor/pomp gedeelte van de opvoerunit (5) uitlaatslang van de opvoerunit (6) hoge rioolaansluiting (7) sifon

Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 12 De opvoerunit van afb.11, merk Wilo

3. Het tracé van de rioolbuizen

Het vinden van het juiste tracé voor de rioolbuizen is wegens hun grote diameter en de noodzaak van een constante afschot vaak niet makkelijk. Het aanleggen onder de vloer is goed te doen als in de daaronder gelegen verdieping een verlaagd plafond geplaatst wordt. Hierbij treden helaas vaak geluidsproblemen op. Een handige oplossing is de sinds ca. 30 jaren vooral bij renovatieprojecten toegepaste voorwandinstallatie. Alle sanitairelementen worden aan frames, die ca. 20 cm diep en 120 cm hoog zijn, gemonteerd en de afvoerleidingen worden tussen de bestaande wand en deze frames gelegd. Diverse leveranciers bieden hiervoor complete systemen aan en de prijzen zijn nu ook langzamerhand redelijk. Zie afb.13 en 14. Vaak moet alleen voor de douche, vooral een inloopdouche, een aparte afvoer gelegd worden, want de afvoerbuizen van voorwandinstallaties liggen hiervoor te hoog.

Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 13 voorwandinstallatie: tegen de linker muur een element voor wastafelmontage, rechts voor een WC
Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
afb. 10.2.1 - 14 voorwandinstallatie; let op de diametervergroting van rechts naar links, en de WC is het dichtst bij de standpijp geplaatst
Oorspronkelijk bronbeeld bij Riolering plannen
Zo kan het natuurlijk ook!