Bronnen: instructies die ik ooit aan het begin van mijn beroepscarrière ontvangen heb van de Arbo-instructeur Hermann Pahl, Hamburg; en het boekje ‘Voorkomen van en omgaan met rugklachten’ van een organisatie voor fysiotherapie.
Ergonomie 1: De vier stappen bij het verplaatsen van lasten
1. Weg en doelplaats verkennen en vrijmaken.
2. De last verkennen. Drie verkenningscriteria: hoe zwaar, waar ligt het zwaartepunt en waar kan ik aanpakken?
3. De last rechtzetten: de last op de grond zo zetten dat je hem in één keer kan oppakken en ermee lopen. Desnoods eerst één kant ietsje optillen en iets eronder leggen.
4. Dan pas de last optillen.
Ergonomie 2: De vijf tilregels
1. Sta dicht bij de last. 2. Sta dicht bij het zwaartepunt van de last. 3. Ga door je knieën. 4. Houd je rug en nek recht. 5. Til vanuit je knieën.
Extra hint: twee lasten van 10 kg dragen is gunstiger dan één van 15 kg, want als je de last over beide armen verdeelt is je rug recht belast.
Ergonomie 3: Drie kleine hints
1. Zet, als het kan, de voeten rechts en links naast de last, niet ervoor. 2. Bij het kantelen hoef je alleen de helft van het gewicht op te tillen. 3. Hulpmiddelen zijn er niet voor niets; gebruik ze! Een steekwagen of trolley halen kost je drie minuten, je rug voel je drie weken.
En steeds: denk na voor je iets zwaars optilt of verplaatst. Vaak kan je zware voorwerpen ‘laten lopen’: afwisselend naar rechts en links kantelen en daarbij een stuk verplaatsen.
Ergonomie 4: Over het staan
Sta steeds in half-stappositie: zet je voeten een halve pas uit elkaar, rechts-links of voor-achter. Met deze stand sta je veilig en in evenwicht. Door licht buigen van de voorste knie breng je je lichaam en armen naar voren zonder je rug krom te maken. Sta zo dat je niet met de last moet draaien. Draag goede werkschoenen, bij voorkeur met stalen neus en antislipzool.
Ergonomie 5: Over het zwaartepunt
Pak een last die je in je eentje op moet tillen bij het zwaartepunt. Dit geldt alleen bij het echt optillen. Als je de last bij het zwaartepunt pakt heb je alleen kracht nodig om de last te dragen en geen extra kracht om de last in evenwicht te houden.
1. Het zwaartepunt vind je proefondervindelijk door je greep te verplaatsen tot de last in evenwicht blijft. 2. Je kan een last makkelijk op de grond draaien als je hem bij een punt oppakt dat zo ver mogelijk van het zwaartepunt verwijderd is. 3. Als je met zijn tweeën draagt laat je de sterkere dicht bij het zwaartepunt aanpakken.
Ergonomie 6: Trappen, ladders en kabels
1. Bij het dragen over trappen krijgt de onderste persoon meer gewicht te dragen; de bovenste moet vooral sturen. 2. Veel voorwerpen zijn voor transport demonteerbaar. 3. Maak kisten en kasten voor transport leeg en haal ook planken en laden eruit. 4. Als rechtshander plaats je een ladder of keukentrap ietsje links van je werk, nooit direct onder een werk aan muur of plafond. 5. Je kan beter de ladder vaker verplaatsen dan ver uitleunen. 6. Op een steiger werk je makkelijker dan op een ladder; in sommige landen is het voor vaklui verboden boven bepaalde hoogtes vanaf ladders te werken. 7. Ruim kabels, slangen en snoeren op je werkplek steeds goed op.
Zie ook http://www.dekantoorvakhandel.nl/advies/meest-gestelde-vragen/rugpijn-op-het-werk-voorkomen/