Wat voor de binnenafwerking van muren geldt is mutatis mutandis ook voor daken van toepassing. Natuurlijk bestaan er legio van dakisolatiesystemen, ik wil hier alleen op de meest voorkomende ingaan en hiermee de principes duidelijk maken.
Een pannendak op een houten onderconstructie wordt vaak voorzien van een folielaag onder de panlatten en contralatten, zie afbeelding 1. Deze folie moet het huis beschermen tegen wind en stuifsneeuw, en ook tegen regen die bij ongunstige wind onder de pannen komt. Maar omdat het huis vocht van binnen kwijt moet, dient deze folie semipermeabel (= halfdoorlatend) te zijn, dat wil zeggen, wel dicht tegen water in druppelvorm, maar doorlatend voor waterdamp.



Als dit dak dan van binnen met isolatiematten en gipsplaten afgewerkt wordt, hoort aan de binnenkant van de isolatie een dampdichte folie aangebracht te worden, rood in afbeelding 1. Hiermee is de isolatie tegen het woonvocht beschermd, zie afbeelding 2. Is dan de waterdampdoorlatendheid van de buitenfolie nog belangrijk? Het antwoord hierop is eenvoudig als men zich voorstelt wat er gebeurt als het dampdichte binnenscherm kleine hoeveelheden waterdamp doorlaat, bijvoorbeeld door slecht geplakte naden tussen de foliebanen of beschadigingen door spijkers. Juist, dit vocht moet naar buiten kunnen verdampen, zie afbeelding 3. Daarom is de correcte condensveilige opbouw steeds (van buiten naar binnen): Pannen, panlatten, contralatten, dampdoorlatende folie, draagconstructie (sporen en/of gordingen, des chevrons et/ou des pannes) met daartussen de isolatie, dampdichte/dampremmende folie, binnenafwerking met bijv. gipskarton.
In afbeelding 3 is nog een bijzonderheid te zien: de gipskartonplaten zijn met een zekere afstand op de gordingen geplaatst, en onder de gordingen is ook een dunne laag isolatie geplaatst; dit om de gording niet als koudebrug te laten werken. De warmtegeleiding door hout is toch een stukje beter dan door een glaswoldeken van dezelfde dikte, en daardoor is het onder de houten gordingen kouder. Dit had ook bij de badkamer in menupunt 17.4 (afbeelding 4 en 5) moeten gebeuren, maar daar op de sporen.
Dus, de eenvoudige regels voor dakisolatie zijn:
waterdicht en dampdoorlatend naar buiten, dampdicht naar binnen, koudebruggen vermijden.
Andere systemen van dakisolatie vereisen een andere aanpak, maar het principe is steeds hetzelfde: dampdoorlatend naar buiten, dampdicht naar binnen, en koudebruggen vermijden.
Zie ook menupunt 15.5 dakisoaltie.