De Fransen zijn gewoon anders dan alle andere Europeanen. Van hun eten houden de meeste buitenlanders, van hun rijstijl kan je houden of niet, maar met de verschillen in bouwtechniek en bouwmaterialen moet je leven, als je niet alles vanuit Nederland in een busje of remorque mee wilt sjouwen.
Het meest opvallende bij bouwmaterialen is dat in Frankrijk geen duimse maten meer gebruikt worden – want zij hebben meer dan 200 jaar geleden al het metrische systeem uitgevonden; de onlogische en niet met elkaar compatibele engelse (imperial) maten met hun kromme breuken (3/8, 7/16” etc.), die in NL nog steeds rondspoken, zijn afgeschaft.
In de betreffende menupunten wordt ook op de voor het behandelde vakgebied geldende normen en afmetingen verwezen. De voornaamste zijn:
Schroefdraad van waterkranen etc. wordt niet met 3/8” of ½” aangeduid maar met 12/17 en 15/21mm. Ik heb een compleet omrekeningstabel van ¼” tot 1½ ” naar 8/13 tot 40/49mm. Voor een complete omrekeningstabel zie 10.1.1, punt 3. Let op! De fysieke afmetingen van duimse en metrische schroefdraden zijn dezelfde!
Bij koperen pijp voor waterleidingen en CV worden alleen de even diameters gebruikt. Dus neem nooit vanuit Nederland de hier zo geliefde 15mm diameter buizen mee, die passen niet en je krijgt er geen hulpstukken voor. En gebruik zoveel mogelijk pijpmateriaal met de voorkeursdiameters (binnen/buiten) 10/12, 14/16, 20/22, 28/30. Voor de natuurkunde- en wiskundefanaten: Deze voorkeursreeks is logaritmisch opgebouwd met een factor 1,4 tussen de binnendiameters. En 1,4 is nu bijna exact de wortel uit twee, dus iedere volgende diameter heeft precies de dubbele capaciteit van de voorgaande. Voor een complete vergelijkingstabel zie 10.1.1, punt 3.
In NL wordt, vooral bij CV-leidingen, veel met knelfittingen gewerkt, in Frankrijk wordt nog steeds veel gesoldeerd (zacht voor waterleidingen, hard voor CV- en gasleidingen).
Bij rioleringen zijn de hoofdafvoerpijpen (standleidingen) in NL 110mmØ, maar in Frankrijk 100 of 125mmØ. Er bestaan ook veel rioleringsleidingen met emboîture, de ouderwetse optrompingen, en bijna ieder hulpstuk bestaat in binnen- en buitenuitvoering (mâle et femelle), of gecombineerd mâle/femelle, terwijl in NL bijna alle hulpstukken vrouwtjes-uitvoeringen zijn waar de gladde buizen in gaan.
De hoogte van wastafels en keukenwerkbladen was vroeger in heel Europa 75 of 80cm. Nu is de hoogte opgetrokken naar 85 of 90cm, en in NL wordt soms ook een hoogte van 95cm toegepast. In Frankrijk is 80cm nog steeds gebruikelijk, maar ik ben er ook nog 75cm tegengekomen.
Bij elektrische installatiedraad zijn in Frankrijk alleen de kleuren geel/groen voor aarde en blauw voor nul vastgelegd. Voor fase en schakeldraad (navettes) mogen alle kleuren behalve geel/groen en blauw gebruikt worden. Gebruikelijk is rood of bruin (rouge ou marron) voor fase en zwart, oranje of paars (noir, orange ou violet) voor schakeldraden, navettes. Ik zou geen oranje gebruiken, lijkt te veel op verbleekt rood.
Buizen voor elektradraad bestaan in NL in 3/8”en 5/8”. In Frankrijk heb je 16, 20, 25 en 32mm, en men gebruikt veel meer geribbelde flexibele buizen (gaines) dan bij ons, en deze zijn ook met trekdraad leverbaar.
Stekkers en stopcontacten hebben in NL randaarde, in Frankrijk een aardpen oftewel aardvinger (la broche de terre). Maar er bestaan nu meer en meer Eurpoa-stekkers die allebei hebben en dus in Nederland én Frankrijk passen; platte stekkers zonder aarde passen in beide. Alle randaardestekkers van snoeren en kabels door Europastekkers vervangen is de beste oplossing, maar het is wel jammer (en strikt genomen ook tegen de regels) bij apparaten met aangegoten stekker. Twee of drie verloopstekkers of -kabels in huis hebben is ook nuttig! Er zijn nu alleen nog stopcontacten met geïntegreerde kinderbeveiliging leverbaar (en bij nieuwbouw voorgeschreven). De in NL gebruikelijke en niet echt veilige inplak-hulpstukjes zijn niet nodig.
Voor lampaansluitingen moet je in NL nog steeds met kroonsteentjes prutsen waardoor na een aantal wisselingen van bewoners of lampen de installatiedraden beschadigd raken. In Frankrijk kent men sinds de jaren negentig de zogenoemde DCL-contactdoos met bijbehorende asymmetrische platte stekker, en sinds 2001 is deze volgens NF C15-100 bij nieuwbouw verplicht. Voor wie in de details geïnteresseerd is: DCL is de afkorting voor dispositif de connexion pour luminaire. Het gaat om een inbouwdoos met verzonken driepolig mini-stopcontact (fase, aarde, nul). Deze lamp-inbouwdozen lijken uiterlijk op de bekende inbouwdozen voor schakelaars en stopcontacten. Er bestaan dozen voor plafonden muurinbouw, en er zijn uitvoeringen voor massieve en voor holle wanden/plafonds (de laatste ook met aansluiting voor een trekstang om het gewicht van de lamp door de draagconstructie op te laten nemen). Het deksel van de doos bevat gaten voor een ophanghaak of voor de bevestiging van een wandarmatuur. Na installatie zijn ook onmiddellijk bouw- of verhuisfittingen, des douilles de chantier, te plaatsen. Meer hierover vindt u onder menupunt 8.3.2 en 13.1.6.
Moeten verlichtingen vanuit meer dan een punt geschakeld worden (bijv. bij trappen, grote overlopen, een centrale hal) dan wordt in NL een wisselschakeling toegepast (hotelschakeling, frans va-et-vient), bij drie of meer schakelpunten moeten er kruisschakelaars bij (Frans: permutateur). Frankrijk kent hiervoor pulsschakelaars die vanuit een willekeurig aantal plaatsen met simpele pulsgevers aanen uitgeschakeld kunnen worden (télérupteurs commandés par des boutons-poussoirs). Pulsrelais bestaan ook in serieschakeling (télérupteur multiple). Zij worden óf centraal in de verdeelkast (boîte de fusibles) óf lokaal in grotere aftakdozen (boîtes de dérivation) geplaatst. De bedrading is veel eenvoudiger dan bij kruis- en wisselschakelingen en vooral makkelijk uit te breiden. Voor meer informatie zie menupunt 13.1.10.
In NL zijn vlakke insteek-lasdopjes (vaak naar de leverancier Wago genoemd) bij elektrische verbindingen allang gebruikelijk. In F wordt nog veel met schroefklemmen (bornes, dominos, sucres) gewerkt, waarbij de kabels steeds door alle twee schroeven vastgezet moeten worden. De moderne insteek-lasdopjes (die nu ook in Frankrijk hun intrede houden en die ik uitsluitend gebruik) heten connecteurs sans vis waarvan nu ook makkelijk her-openbare modellen bestaan.
Grondkabels voor bijv. een terras- of tuinverlichting worden in F door een 10 à 15cm hoger gelegen dispositif avertisseur of grille avertisseur beveiligd. Dat is een fel-oranje gekleurd kunststofnet dat je later bij het graven waarschuwt. Voor gas en water worden gele resp. blauwe grilles gebruikt. Heb ik in NL nog nooit gezien.
De indeling van elektrische groepen is een verhaal apart. Het belangrijkste: licht en stopcontacten in Frankrijk nooit op dezelfde groep, en overal aarde! En nooit meer dan 8 lichtpunten op een groep, en ook max. 8 stopcontacten op een groep (bij 2,5mm² bedrading) of 5 bij 1,5mm² (details zie onder 13.1 De elektrische installatie).
Gipsplaat is in NL 60cm breed, 120cm is de uitzondering en vaak alleen op bestelling leverbaar. In Frankrijk is 120cm standaard, 60cm lijkt ook te bestaan maar ik heb het in de door mij bezochte bouwmarkten nog niet gezien. De diktes zijn 9,5 of 12,5mm. En dan heb je platen met rechte, ronde of afgeschuinde kanten (BA = bords amincis), de laatste voor de naadafwerking met naadband en vulgips.
Isolatiemateriaal (glas- of steenwol) bestaat in meer diktes dan de in NL gebruikelijke 75 en 100mm. Ik heb in Frankrijk 80,100,120 en 200mm gezien. Maar i.p.v. 200mm zou ik twee lagen van 100 met versprongen naden of kruislings over elkaar gebruiken.
Vloerplanken hebben in NL meestal alleen aan de zijkanten messing en groef (of tong en groef). De kopse kanten komen dan koud tegen elkaar te liggen. Franse vloerplanken (le parquet) hebben rondom messing en groef (languettes et rainures), zoals bij ons alleen massiefparket of laminaat.
Deuren en ramen worden in Frankrijk niet met uit blik geperste scharnieren met losse scharnierpennen afgehangen, maar meestal met inboor-paumelles. Dardoor moet je de deur op een andere manier eruit tillen, maar je kan een deur ook prima afstellen door de paumelles erin of eruit te draaien. En men plaatst liever drie solide paumelles dan vier van een te zwak soort.
De maatvoering van deursloten is anders, en er worden vooral andere vierkanten voor de deurkrukken gebruikt. In NL 8x8mm, in Frankrijk 7x7 (vroeger ook 6x6mm, maar dit is meer voor kastsloten bedoeld). Zie menupunt 9.1.2.
Ramen en deuren van woonhuizen openen in Frankrijk naar binnen en niet naar buiten. Alleen garage-deuren gaan naar buiten open. Een Fransman zei na een bezoek aan Amsterdam ooit: Vreemd land! De WC-deuren gaan naar buiten open, maar die van winkels en kroegen naar binnen.
Klapluiken sluiten in NL op het kozijn, in Frankrijk op de muuropening. Dat heeft gevolgen voor vorm en plaatsing van de scharnieren (duimen en hengen, gonds et pentures). Zie menupunt 9.4.1.
Balken en balkjes (poutres et chevrons) hebben metrische maten en geen duimse. Meestal is ook de hoogte/breedte-verhouding anders; huidige Franse balken hebben h/b=2,0 tot 3,5 en niet 1,2 tot 1,8, zij zijn ‘slanker’. Logisch, want de draagkracht neemt met de derde macht van de hoogte toe, maar alleen met de eerste macht van de breedte. Metalen profielen voor voorzetwanden of lichte scheidingswanden (les ossatures) bestaan in Frankrijk ook in andere maten dan 48mm; 70 en 90mm is bijna overal te vinden - niet alleen 48 zoals in NL.
Korrelgrootte van zand en grind wordt in mm aangegeven. 1/3 is zand met korrelgrootte tussen de 1 en 3mm, 14/20 is grind van 14 tot 20mm. In NL wordt de fijnheid van zand aangegeven met de mazenwijdte waarmee het zand gezeefd is, en dan nog in mazen per inch. Hoe groter het getal, hoe fijner het zand.
Franse huizen hebben een brievenbus, en niet alleen een spleet die in de voordeur gezaagd is. Brievenbussen hebben standaardafmetingen en standaardsloten.
En vanzelfsprekend kent Frankrijk andere dakpannen, per streek verschillend. Hun manier van kozijnen plaatsen is ook anders. Eerst wordt gemetseld, met een aanslag rond alle muuropeningen, terwijl in NL eerst de timmerman de kozijnen van ramen en deuren stelt waar omheen gemetseld wordt. Beide methodes hebben hun voor- en nadelen, en in beide landen is het nu aan het veranderen.